Uw gemeente is verantwoordelijk voor het ruimtelijk beleid. In
het bestemmingsplan van de gemeente is vastgelegd wat wel en niet
mag in het buitengebied.
In de regel is er sprake van een agrarische functie. Dat betekent dat er een
agrarisch bedrijf of agrarische activiteiten uitgeoefend mogen worden. Maar
valt een boerderijwinkel nog wel onder deze definitie?
Vaak valt de verkoop eigen producten wel binnen de agrarische activiteiten
van het bestemmingsplan, de verkoop van producten van derden valt onder nevenactiviteit
of detailhandel in aanvulling op agrarische activiteiten. Hoe hier mee omgegaan
wordt verschilt van gemeente tot gemeente: in sommige gevallen staat de gemeente
het helemaal niet toe dat er producten aan de consument worden verkocht of
dat er borden langs de weg worden gezet. In andere gevallen stimuleert de gemeente
juist de ontwikkeling van complete boerderijwinkels met een uitgebreid productassortiment.
Zo mogelijk wordt dit nog ondersteund door gemeentelijke bewegwijzering en
toeristische routes.
Dat lijkt op willekeur, maar is dat ook zo? Om te beginnen is
het goed om een aantal overwegingen van de gemeente in ogenschouw
te nemen. Allereerst moet de gemeente meerdere belangen dienen,
dus ook de belangen van de middenstand in de dorpen en steden.
De middenstand heeft het vaak niet makkelijk, waardoor ze bang
zijn voor (oneerlijke) concurrentie door boerderijwinkels. Verder
is het voor de gemeente niet altijd makkelijk te controleren wat
in de boerderijwinkels wordt verkocht. Zijn het eigen producten,
producten van collega´s uit de buurt, streekproducten of
misschien wel goedkope import uit het buitenland. En hoe voorkom
je als gemeente dat allerlei branchevreemde activiteiten ontstaan,
zoals de verkoop van souvenirs, kado´s of waspoeder en wc-papier.
Straks groeit het uit tot een complete supermarkt op het platteland.
En daar is het wegennet in het buitengebied niet op berekend of
ontstaan opstoppingen door het gebrek aan voldoende parkeergelegenheid.
Aan de andere kant zien we dat boerderijwinkels juist een heel
positief effect hebben op de aantrekkelijkheid en de leefbaarheid
van het platteland. Boerderijwinkels verhogen de attractiewaarde
van de streek en versterken het toerisme. Tevens wordt hierdoor
de betrokkenheid van de burger met het platteland versterkt. In
gebieden waar de middenstand uit de dorpen is verdwenen vervullen
boerderijwinkels vaak een belangrijke functie voor de plaatselijke
bevolking. Gemeentes die positief staan tegenover boerderijwinkels
benadrukken dat zoveel mogelijk eigen producten verkocht moeten
worden, aangevuld met andere lokale en streekproducten.
Wat kunt u zelf doen?
De manier waarop de gemeente de risico´s of juist de positieve aspecten
van boerderijwinkels beoordeelt, bepaalt in belangrijke mate de ruimte die
u als een agrarisch ondernemer krijgt om de winkel verder te ontwikkelen en
te professionaliseren. En daar kunt u zelf best invloed op uitoefenen. Een
aantal tips en suggesties:
- Schakel uw plaatselijke LTO afdeling in en dring er bij hen
op aan om zich hard te maken voor de ontwikkeling van boerderijwinkels.
Voor LTO afdelingen is een notitie met de mogelijkheden om
professionele boerderijverkoop op te nemen in het bestemmingsplan.
Deze is verkrijgbaar bij LTO Noord, Margareth van Loenhout;
- Stel u actief
op binnen de gemeente en zoek samenwerking met andere ondernemers.
Bijvoorbeeld door deel te nemen aan een plaatselijke ondernemersvereniging;
- Bespreek
uw plannen met gemeentelijke bestuurders en vraag bijvoorbeeld
een wethouder om uw nieuwe winkel te openen;
- Benadruk vooral de positieve
aspecten van boerderijwinkels, laat zien dat uw winkel
een positieve uitstraling op uw omgeving heeft ;
- Sluit allianties met
ondernemers uit de toeristische sector of sluit u aan bij
een samenwerkingsverband van boerderijwinkels;
- Maak inzichtelijk
dat u vooral lokale en streekeigen producten in uw winkel
verkoopt;
- Zorg
dat uw erf er verzorgd uitziet;
- zorg voor professionele
borden bij uw erf entree.
|