Een boerderijwinkel heeft in de regel minimaal tussen de 200 en
300 klanten per week nodig om een redelijk rendement op te leveren.
De ervaring leert dat een boerderijwinkel minimaal 3500 huishoudens
(10.000 personen) in de directe omgeving moet hebben om dit aantal
klanten te halen. Winkels met een AGF achtergrond hebben in de
regel meer klanten met een lage besteding, kaaswinkels hebben vaak
wat minder klanten met een hogere besteding.
De plaats van de winkel, de ligging ten opzichte van dorpen en
steden, is moeilijk te beïnvloeden. Dat neemt niet weg dat
ook een winkel die ogenschijnlijk op een afgelegen plek ligt goed
kan draaien. Het is alleen beduidend moeilijker om een vasts klantenkring
op te bouwen. Op basis van ervaringen kunnen een aantal vuistregels
worden gehanteerd:
• Ligt een winkel relatief dichtbij een groot dorp of stad
(minder dan 5 kilometer): probeer een vaste klantenkring op te
bouwen door een assortiment aan te bieden dat aansluit bij de wensen
van de klanten. Ga hierbij uit van het eigen product en vul dit
stapsgewijs aan met andere producten. Blijf je onderscheiden van
bijvoorbeeld de supermarkt door onderscheidende producten aan te
bieden. Probeer nieuwe klanten te trekken door deel te nemen aan
acties, ´free publicity´ etc.
• Ligt een winkel op grotere afstand van dorp of stad, dan
is het moeilijk om een vaste klantenkring op te bouwen. Dat betekent
dat de winkel of het bedrijf zelf voldoende aantrekkingskracht
(beleving) moet hebben om publiek te trekken. Met andere woorden:
een bezoek aan het bedrijf dient een gebeurtenis op zich te zijn.
Dat kan door het aanbieden van rondleidingen, excursies, proeverijen,
attracties voor kinderen etc. Toeristen en recreanten kunnen bijvoorbeeld
naar het bedrijf getrokken worden door een expositie, terras of
theeschenkerij.
|